Een klein dorp met een groot mysterie
Rennes-le-Château is een klein dorp in de Languedoc in Zuid-Frankrijk. Het werd wereldwijd bekend door het verhaal rond de dorpspriester Bérenger Saunière, die er vanaf 1885 pastoor was van de kerk Sainte-Marie-Madeleine.
Tijdens restauratiewerkzaamheden aan de kerk zou Saunière rond 1891 documenten hebben gevonden die verborgen zaten in een oude, holle pilaar. Kort daarna leek de arme dorpspriester plotseling over aanzienlijke financiële middelen te beschikken.
Hij liet de kerk restaureren, bouwde de Tour Magdala en de Villa Béthanie, en gaf grote sommen geld uit — opvallend vaak met verwijzingen naar Maria Magdalena, aan wie de kerk was gewijd. De herkomst van dat geld is nooit overtuigend verklaard.
Documenten, geen goud
Volgens verschillende bronnen bestond Saunières zogenaamde “schat” niet uit goud, maar uit oude documenten. In latere boeken en onderzoeken werd gesuggereerd dat deze teksten verband hielden met de vroege christelijke geschiedenis, met de Katharen en met tradities rond Maria Magdalena.
Onderzoeker Michael Baigent verwijst in Het Jezus Mysterie naar correspondentie van de Anglicaanse geestelijke Douglas William Guest Bartlett, die in Oxford woonde. Bartlett raakte bevriend met Alfred Lilley, een kanunnik met invloed binnen de Anglicaanse Kerk.
Volgens Bartlett vertelde Lilley hem dat hij na 1890 documenten had gezien in het seminarie van Saint-Sulpice in Parijs — documenten die volgens hem authentiek waren, maar ook gevaarlijk.
In zijn brieven legde Bartlett vast wat Lilley hem vertelde over Saunière, Rennes-le-Château en wat later bekend werd als “de schat van Saunière”. Opvallend is dat deze documenten daarna uit zicht raakten. Volgens sommige berichten verdwenen zij uit archieven, alsof ze onder toezicht waren geplaatst.
Het spoor van Nicolas Poussin
Een van de kunstwerken die in verband wordt gebracht met het mysterie rond Rennes-le-Château is het schilderij Les Bergers d’Arcadie (Et in Arcadia Ego) van de Franse schilder Nicolas Poussin (1594–1665).
Het schilderij toont enkele herders die rond een grafsteen staan met de Latijnse inscriptie:
Et in Arcadia Ego
Eeuwenlang werd deze zin geïnterpreteerd als een herinnering aan de vergankelijkheid van het leven:
“Ook in Arcadië ben ik aanwezig,” waarbij de spreker de dood is. Zelfs in een idyllisch landschap blijft de sterfelijkheid bestaan.
Toch is de zin grammaticaal dubbelzinnig. Sommige onderzoekers hebben voorgesteld dat zij ook kan worden gelezen als:
“Ik ben begraven in Arcadië.”
Juist die dubbelzinnigheid heeft ertoe geleid dat het schilderij in de loop van de tijd onderwerp werd van verschillende interpretaties.
Er bestaan bovendien verhalen dat pastoor Saunière een reproductie van dit schilderij heeft aangeschaft nadat hij de documenten in zijn kerk had gevonden. Waarom juist dit werk zijn aandacht trok, is nooit definitief vastgesteld.
Arcadië, de Pelasgen en een mogelijke Balkan-verbinding
Het landschap dat Poussin schilderde verwijst naar Arcadië, een bergachtig gebied in het hart van de Peloponnesos in Griekenland. In de klassieke oudheid werd Arcadië vaak gezien als een van de oudste bewoonde regio’s van Griekenland.
Volgens Griekse schrijvers zoals Herodotus en Pausanias werden de Pelasgen beschouwd als de oorspronkelijke bewoners van het gebied, nog vóór de komst van de Griekse volkeren. Over de herkomst van deze Pelasgen bestaat tot op vandaag discussie. Sommige historici beschouwen hen als een pre-Grieks volk dat in verschillende delen van de Balkan leefde.
In bepaalde historische theorieën worden de Pelasgen in verband gebracht met de latere Illyriërs, de volkeren die in de oudheid een groot deel van de westelijke Balkan bewoonden, waaronder het gebied van het huidige Albanië.
Hoewel er geen definitief bewijs bestaat voor een directe etnische continuïteit, wordt in Albanese historiografie en in sommige archeologische en taalkundige studies wel gesuggereerd dat de Illyrische bevolking van de westelijke Balkan deels voortkwam uit oudere, pre-Griekse bevolkingsgroepen zoals de Pelasgen.
Saunières kruisweg en een andere interpretatie
Sommige theorieën rond het mysterie van Rennes-le-Château verbinden deze gedachte met een ander opvallend detail in Saunières kerk.
In de traditionele katholieke kruisweg toont de veertiende statie de graflegging van Christus. In de kerk van Rennes-le-Château lijkt de scène echter eerder te suggereren dat Christus levend wordt weggevoerd.
Sommige onderzoekers hebben daarom gespeculeerd dat Saunière hiermee mogelijk wilde verwijzen naar een alternatieve traditie waarin Jezus de kruisiging overleefde.
Zeloten, Sicarii en een Illyrisch spoor
Binnen het onderzoek achter Bassania spelen de Zeloten en hun kerngroep, de Sicarii, een belangrijke rol.
De Sicarii waren een radicale verzetsgroep in de eerste eeuw die zich verzette tegen de Romeinse overheersing. Hun naam is afgeleid van de sica, een korte gebogen dolk die zij verborgen onder hun kleding droegen.
Vergelijkbare dolken waren al bekend in de Illyrische wereld op de Balkan. In het gebied van het huidige Noord-Albanië, rond Shkodër en het oude Bassania, werden dergelijke messen geproduceerd en zijn zij ook archeologisch teruggevonden. Juist daarom blijft het opvallend dat deze wapens ook in Judea opduiken — ver van hun oorspronkelijke herkomst.
In het Albanees bestaat bovendien het woord thika, dat eenvoudigweg mes betekent — een opmerkelijke taalkundige echo van dezelfde wapennaam.
Of deze overeenkomsten toeval zijn of wijzen op een bredere historische verbinding, blijft een open vraag. In Bassania vormt juist dat raadsel een van de sleutels tot het verhaal.
Kunst als drager van een verborgen geschiedenis
Binnen het onderzoek achter Bassania komen verschillende historische sporen samen: het verhaal van Rennes-le-Château, de documenten van Saunière, het schilderij van Poussin, en de oude geschiedenis van de Illyrische wereld rond Bassania.
Tegelijkertijd verschijnt in verschillende renaissance-schilderijen een ander opvallend detail: een rode vlag met een zwarte dubbelkoppige adelaar, het motief dat later de nationale vlag van Albanië zou worden.
Of al deze elementen werkelijk met elkaar verbonden zijn, blijft onderwerp van discussie. Maar ze illustreren een idee dat centraal staat in Bassania: dat schilderijen soms meer kunnen bevatten dan alleen een religieus tafereel.
Kunst kan eeuwen overleven, zelfs wanneer documenten verdwijnen. In dat licht onderzoekt Bassania de mogelijkheid dat kunstenaars soms meer vastlegden dan alleen een bijbels moment — en dat sommige sporen van geschiedenis misschien nog altijd zichtbaar zijn voor wie goed kijkt.
Soms begint een verborgen geschiedenis met één detail dat eigenlijk niet op een schilderij thuishoort.